Je geeft me kaas en wijn en worst en melk
ik geef je geld in ruil voor elk
je geeft me teder weer en dan
dan ga ik weg, dan kom ik weer
dan ga ik weg, dan kom ik weer
‘k ben koning klant, ‘k ben automaat
je kent dat wel, dat weet ik wel
je weet als vrouw waar het op staat
Je komt eraan en lacht me toe en ik herhaal:
wat kaas en wijn, wat worst en melk en ik betaal
maar ik betaal je in een vreemde munt
mijn munt die heet – verlangen
Wat krijg je voor verlangen?
Ik droom wel, weet je, van een nacht
ik streel je dan voorzichtig veel
we hebben elkaar lief die nacht
en baren daar bij kaarslicht een geheim
Wat krijg je voor verlangen?
we hadden elkaar lief die nacht
Maar –
je geeft me kaas en wijn en worst en melk
ik geef je geld in ruil voor elk
daar ging ik weer, ik kom wel weer







