Voorwoord
1. De voorspellingen
2. Het laatste testament
3. Kleine, lelijke Christus
4. Het spacesterrenschip
5. De witkielen
6. De buitenvlieger
7. Cannabis Christus
8. Christus wacht
9. Christus zwijgt
10. De brandende vuilnismand
11. Niet stichtelijk, eerwaarde
12. Christus op vrijersvoeten
13. Christus wordt Christus
14. Psycholoog in ongenade
15. De zeventien dimensies
16. Iris/Isis
17. De gruwelmeester
18. Verjaagd uit zijn kerk
19. Christus eerste klas
20. Afscheid van Christus?

Psychologie - 20 gesprekken met Christus

Michel laat zich aantreffen in zijn resocialiserend zeteltje voor de televisie. Wat later tuigen we zwijgzaam naar de cafetaria. Daar aangekomen meldt hij reusachtige problemen. Geen concrete problemen. Wel principiële problemen met de vele autoritaire gruwelfiguren die in de kliniek hun brood komen verdienen. De verpleegsters zitten hem weer eens mateloos dwars. De gruwelkampbewaaksters!

Kijk. Het is shiftwissel geweest. En dat heeft dit keer tot gevolg gehad dat de patiënten nu ineens weer om klokslag elf naar bed moeten. Dat is een hele week anders geweest. Hoe zit het nu eigenlijk. Onderlinge afspraken maken kan dat Auschwitzvolkje dus ook al niet. Het is onvoorstelbaar. Hebben die verpleegsters dan niet gestudeerd? Slapen die misschien?

De jongste dagen loopt hij ook weer geregeld te piekeren over de zin van zijn Christuswording. Is dat hele gedoe dan voor niets geweest? Was het dan allemaal maar een flauwe grap? Komaan zeg. Hij wacht nu al zes jaar op de logische verderzetting ervan. Maar er komt niks. Hoezeer hij ook wacht.

Een beetje vrijpostig vraag ik hem of hij misschien niet eens wat anders kan gaan doen dan wachten.

Nee, eigenlijk niet. Hij moet wachten. Wachten en ondergaan. Hij kan toch moelijk zelf vanalles beginnen organiseren, beginnen doen alsof er wat gebeurt. Dat zou een grote zonde zijn. Zonde tegen de Christuswording.

Wanneer hij nadenkt over zijn Christuswording, duurt het doorgaans niet lang of zijn gedachten dwalen af naar al de gruwel in de wereld. Naar de anderhalf miljoen vluchtelingen in Oost-Zaïre. Naar de talloze vrouwen en kinderen die leven als slaven. Die zich moet prostitueren. Kinderprostitutie! Afgrijselijk! En waarom toch allemaal? — Uiteindelijk gaat het altijd opnieuw over geld. Hij herinnert zich al in 1986 in zijn winkeltje te hebben georakeld: ‘De geldgoden wonen boven de wolken en willen zeker geen Christus.’

Ik vraag hem wat hij bedoelt.

Welja, voor zover Christus naar de gelijkheid van alle mensen streeft, krijgt hij de geldgoden natuurlijk tegen zich. De rijken zouden van Christus moeten geven. Enkel de armen zouden krijgen. Het is een tragische realiteit: als Christus kan men nooit iederéén tevreden stellen. Christus zijn betekent automatisch vijanden hebben. Als zodanig is Christus zijn pas echt draaglijk eens men het hoekje om is.

Postume erkenning? citeer ik hem.

Inderdaad. En enkel uit de hoop op een postume erkenning put hij vandaag de nodige moed om — nog steeds — zijn dagboek bij te houden. Voor zichzelf hoeft hij dat echt niet te doen. Het is voor het nageslacht. Hij zou trouwens ook dringend eens zijn Wereldgeschiedenis moeten bijwerken. Maar het komt er niet van.

Na wat stilte herinnert hij zich een uitspraak van Gustaaf: ‘Michel, realiseer u goed dat eens ge het allemaal zult weten, ge niet meer terug zult kunnen.’ — En helaas beschrijven die woorden helemaal zijn huidige situatie. Wat zou het toch makkelijk zijn geweest, mocht hij zich nooit met de wereldgeschieden hebben ingelaten. Mocht hij nooit naar Egypte zijn gereisd. Mocht hij daar nooit tot het besef zijn gekomen dat de mens vandaag nog altijd even slecht is als duizenden jaren geleden. Had hij dat allemaal maar nooit begrepen.

Leve de onwetendheid? vraag ik.

Ach, in zeker opzicht dus wel — maar tegelijk ook weer niet. Onlangs zag hij op tv een quiz waarin leerlingen en leraren het tegen elkaar opnamen. Wat die leerlingen niet wisten! Tegenwoordig weet een kind van twaalf veel meer dan dat hijzelf op zijn dertigste wist. Of zoals wijlen zijn grootvader het uitdrukte: "Hadden ze ons wijsgemaakt dat Onze-Lieve-Heer in een kerselaar woont, dan nog zouden we het hebben geloofd." Dus natúúrlijk is kennis in wezen best een goede zaak.

Een andere goede zaak is de vriendschappelijke manier waarop die leraren op tv met hun leerlingen omgingen. Ook dat was in zijn tijd wel anders. Toen werden er nog lijfstraffen uitgedeeld. En ook wat seksualiteit betreft is de jeugd vandaag veel beter op de hoogte dan toen. En sinds de hippietijd is seks ook geen zonde meer. Er is nu seksuele voorlichting en de gewaarwording van een seksuele drang hoeft niet meer volautomatisch tot een schuldcomplex te leiden.

Hij moet denken aan een liedje uit de zeventiger jaren: "A new generation... people in motion... all across the nation..." Hij vraagt zich luidop af of er ooit een geweldloze wereld zal kunnen zijn. Ja zeg. Als dát nu eens zou kunnen. Dan zou hij voor eeuwig willen leven, alleen al om te weten hoe zo'n hemel op aarde er uitziet.

Na wat stilte zegt hij in zijn dagboek de drie feiten te hebben genoteerd die hem in de loop der jaren het meest hebben verbaasd.

1. De Christuswording, uiteraard;
2. De affaire met het spacesterrenschip, uiteraard;
3. En die maansverduistering.

Maansverduistering?

Heeft hij dat nog niet verteld? Het was nochtans bizar genoeg. Of dat werd het althans. Want aanvankelijk liep alles volgens plan. De aardschaduw kwam op langs de linkerzijde van de maan en breidde zich netjes uit naar rechts. Maar plotsklaps veranderde de schaduwbeweging van richting! Geloof het of geloof niet: Michel heeft gezien dat de schaduw niet langs rechts maar langs boven wegtrok. Dus eerst van links naar rechts — en dan ineens van onder naar boven. Hij was met stomheid geslagen.

Het is fantastisch, zeg ik een beetje tendentieus.

Misschien wel fantastisch maar daarom toch geen fantasie, repliceert hij geprikkeld. Hij heeft het toch met zijn eigen ogen gezien! Hij liegt niet hoor! Of wel soms!?

Er gebeuren nog wel meer rare dingen. Wanneer hij in zijn dagboek schrijft, overkomt het hem bijvoorbeeld geregeld dat hij begint te twijfelen aan de juistheid van zijn woorden. Alsof hij ook zelf niet helemaal kan bepalen of hetgeen hij schrijft nu eigenlijk juist of fout is. Of zijn woorden wel accuraat zijn. — Maar misschien heeft dat soort van onbeslistheid veel te maken met het feit dat hij tegenwoordig vooral gedachten neerschrijft, terwijl het vroeger vaker over gebeurtenissen en feiten ging. — Ach ach... dat anderen hem niet begrijpen is allang duidelijk, maar dat hij nu ook zichzelf niet meer helemaal begrijpt...

Hij bedenkt zich dat wellicht ook een Kierkegaard, een Nietzsche, een Marx, een Freud dergelijke problemen moeten hebben gekend. Zouden die slimmerds zichzelf wel begrijpelijk hebben gevonden? Per slot van rekening kan bijvoorbeeld de manier waarop Kierkegaard met die Regine Olsen is omgegaan maar moeilijk begrijpelijk worden genoemd. Eerst maakt hij zelf een eind aan de verloving en vervolgens lijdt hij daar verschrikkelijk onder. Nou nee, logisch was dat zeker niet — of zou het iets met zijn seksangst hebben te maken gehad?

Ik vraag hem naar zijn eigen opinie daarover. Vriendelijk herinnert hij eraan dat niet hij Mijnheer De Psycholoog is — al lijkt die seksangst zeker wel een interessant spoor.

Hij neemt zich voor binnenkort in de stad P. op zoek te gaan naar het café uit de voorspelling waarover hij onlangs heeft verteld — café Het Slurperke. Niet dat hij van een terugkeer naar dat mysterieuze oord enorm veel zou verwachten. Het is vooral een kwestie van bezig te zijn. Per slot van rekening kan hij inderdaad toch maar beter wat ondernemen dan hier ononderbroken als een zielige plant in dit gruwelkot te zitten.

Maar hij vindt zichzelf een ondankbare spreker, zo verneem ik. Wat moet het toch saai zijn om urenlang naar zijn gezeur te zitten luisteren. Misschien wil ik wel een keer iets helemaal anders horen? Zo gaven ze laatst op televisie een indrukwekkende documentaire over de Joodse geschiedenis... — waarna dus een indrukkende uiteenzetting volgt over de Joodse geschiedenis — totdat ik hem vriendelijk onderbreek. De tijd is om. We maken een volgende afspraak en gaan in vrede heen.

Noot. Materiaal uit deze reeks mag enkel worden overgenomen mits voorafgaande toestemming van de auteur.

psychologie