Voorwoord
1. De voorspellingen
2. Het laatste testament
3. Kleine, lelijke Christus
4. Het spacesterrenschip
5. De witkielen
6. De buitenvlieger
7. Cannabis Christus
8. Christus wacht
9. Christus zwijgt
10. De brandende vuilnismand
11. Niet stichtelijk, eerwaarde
12. Christus op vrijersvoeten
13. Christus wordt Christus
14. Psycholoog in ongenade
15. De zeventien dimensies
16. Iris/Isis
17. De gruwelmeester
18. Verjaagd uit zijn kerk
19. Christus eerste klas
20. Afscheid van Christus?

Psychologie - 20 gesprekken met Christus

Ik kom hem tegen in de verbindingsgang tussen opname- en resocialisatieafdeling en krijg meteen het boek van Nietzsche terug. Dat van Kierkegaard zou hij graag nog even houden, het bevalt hem wel.

Terwijl we naar de cafetaria stappen, benadrukt hij nog een keer dat Nietzsche hem teleurstelt. Ten eerste is Friedrich absoluut veel te moeilijk. Die man slaagt er gewoon niet in zich verstaanbaar te maken. En ten tweede druipt de pretentie eraf. Friedrich is veel verder gegaan dan nodig. En blijkbaar ook veel verder dan goed voor hem was. Hij is gek geworden? Welja, niet onverdiend.

Hij lacht. In verband met mijn boeken is er gisteren iets "geestigs" gebeurd. Hij zat op zijn kamer. Plots kwam er een verpleegster binnen — uiteraard zonder te kloppen, maar daar ben je dan patiënt voor. Ze keek even rond, zag op tafel de twee boeken liggen, keek even wantrouwig naar Michel en sprak toen: "Awel awel Michelleke, vertel mij eens hoe jij aan die moeilijke boeken komt?"

Dat was er over. Furieus heeft hij de verpleegster geantwoord — en hij wenst zichzelf letterlijk te citeren: "Ik heb die boeken godverdomme te leen gekregen van de stagiair van de psychologen! Die behandelt mij tenminste als een mens! Die laat mij tenminste praten!" Lachend vraagt hij me of ik mij — en nu citeer ik hém — met zijn visie op mijn visie op hem kan verzoenen, en of ik ermee akkoord ga dat hij die visie aan de verpleegsters kenbaar maakt. Ik zeg hem dat ik hem inderdaad als een mens beschouw en nog bereid ben hem te beluisteren ook.

Die verpleegster, gaat hij verder, kon zich blijkbaar niet inbeelden dat sommige patiënten boeken willen lezen. Niet dat alle patiënten de moeilijke boeken van Nietzsche en Kierkegaard zouden kunnen begrijpen. Zeker niet. Maar waarom zouden ze het niet willen proberen? Ach natuurlijk, die kampbewaaksters denken weer dat ze met snullen bezig zijn. Met mensen die totaal niet kunnen denken.

Er is op zijn kamer ook nog wel iets minder "geestigs" gebeurd. In de kliniek is het de gewoonste zaak van de wereld dat er sigaretten worden gestolen. Maar gisteren is hij tot de ziekmakende ontdekking moeten komen dat ook de batterijen van zijn reiswekkertje zijn verdwenen. Ziedaar het resultaat van het feit dat patiënten niet eens hun eigen kamer op slot kunnen doen.

Na wat stilte vertelt hij me vanochtend naar de markt in het dorp te zijn geweest. Hij vindt namelijk dat het hartje om zijn hals — met Christus, Boeddha, Mohammed, Krishna en Winnitou erop — dringend aan vervanging toe is. Hij heeft nog geen nieuw gevonden, maar in elk geval houdt hij aan zijn uitstapje de herinnering over aan een interessant gesprek met Daniël. Daniël is een Zaïrese student die ter financiering van zichzelf en zijn vrienden verhalenboekjes aan de man brengt. Ze hebben een tijdje van gedachten gewisseld en bleken het roerend erover eens dat Mobutu een zeer, zeer slechte leider is. Want Mobutu laat een kleine elite van zijn weelde meegenieten. Maar van de rest van zijn onderdanen trekt hij zich niets aan. En kijk eens wat het getalm van de Verenigde Naties in Oost-Zaïre tot resultaat heeft. Honderdduizenden mensen zitten er in de val omdat de VN maar kunnen beslissen wie er de vuile klus moet gaan klaren. Reken maar dat het Christusleger er allang had gestaan.

Hij zegt in de kliniekbibliotheek twee boeken over astronomie te hebben gevonden. Zodra Kierkegaards dagboek uit is, vliegt hij erin. Want in feite vindt hij het heelal toch echt wel fascinerend. Al die miljarden sterren. Die oneindigheid van het universum. En al die particuliere schoonheid erin. Want op de keper beschouwd is één enkele boom, één enkel grassprietje, één enkele vogeltje net zo wonderlijk als het geheel. De hamvraag is altijd dezelfde. Welke kracht bracht dit alles op gang, en houdt dit alles sedertdien in stand? Wat is het geheim van het heelal?

Maar ach. Telkens wanneer hij zich door het wonder van de schepping laat betoveren, volgen al spoedig diepe gevoelens van teleurstelling. Want wat is het toch triest om te zien hoe dieren andere dieren moeten doden om zelf te kunnen overleven. Terwijl het blijkbaar evengoed te doen is om zich enkel met planten te voeden. De olifant getuigt ervan. Het sterkste landdier ter wereld is vegetariër. Onbegrijpelijk dus waarom het leven dikwijls veel bloederiger is ingericht.

En dan de mensen. Die zijn er nog 666 keer erger aan toe dan de dieren. Ze slachten elkaar af alsof het niets is. Niet enkel om te overleven, ook gewoon voor het geld. De geldgod beheerst de menselijke geesten. En dat noemen ze dan vrije wil! — Het is toch waar. Iedere mens, ook hijzelf, kan zich blijkbaar moeiteloos ontpoppen tot een vreselijke gruwel voor de anderen.

Hij hoorde trouwens op televisie dat Marc Dutroux in de gevangenis niet enkel dreigbrieven maar ook heel wat fanmail zou ontvangen. En dan nog vooral van vrouwen!? Dat is toch compleet krankzinnig. Eerst ontvoert Marc Dutroux dus kinderen en mishandelt en vermoordt ze. Vervolgens wordt hij opgepakt en terecht levenslang gevangen gezet. Maar dán schijnt hij alsnog belóónd te worden voor de ellende die hij heeft aangericht. Je zou nog gaan overwegen om hetzelfde te gaan doen. En word je niet gepakt, dan verdien je bakken geld. En pakken ze je wel, dan word je een superstar. Euh mensen, in wat voor wereld leven we eigenlijk aub? — Och, tien jaar geleden zei hij het al in zijn platenwinkel: "Ofwel ben ik krankzinnig, ofwel is de hele mensheid krankzinnig. En de mensheid mag kiezen."

Ik vraag hem of de mensheid volgens hem al heeft gekozen.

Tja! Hij kan moeilijk ontkennen dat officieel niet zozeer de hele mensheid als wel hijzelf in het zothuis is beland.

Hij zegt dat zijn leven als één grote mislukking aanvoelt. En zo voelt het nu al jaren. Het voelde al zo in zijn platenzaak. En zijn marathonverblijf in het zothuis heeft er echt geen deugd aan gedaan.

Maar het is de realiteit! De realiteit zou moeten veranderen! Innerlijk leeft hij genoeg. Maar niets in de realiteit lijkt op een ontplooiing van zijn innerlijk te zijn gericht. Jaja. Met behulp van wat cannabis zou het hem zeker veel makkelijker vallen om aan de gruwelrealiteit te ontsnappen. Maar in cannabis is hij eigenlijk niet meer zo geïnteresseerd. Hoewel... Hij lacht wat ongemakkelijk en zegt vannacht iets over cannabis te hebben gedroomd. Me onderzoekend aankijkend vraagt hij of hij het mag vertellen.

En hij vertelt. Hij droomde dat hij in de kliniek was. Plots zag hij zichzelf op het toilet een joint rollen. Een beetje later zag hij zichzelf deze joint in de kliniektuin tot zich nemen. En toen was hij ineens zo high als een berggeit achter een kerkorgel. Jazeker! Hij was helemaal high in zijn droom! Merkwaardige zaak maar financieel aantrekkelijk, vindt hij. Op dat moment stoot hij een asbak om.

Nóg een merkwaardige zaak, becommentarieer ik vlotjes.

Hij zet de asbak terug op zijn plaats — maar nu valt zijn sigaret uit zijn mond, en in zijn schoot. Hij voert ze gauw naar conventioneler oorden terug, vloekt wat in het rond en vraagt zich lachend af wat er in godsnaam allemaal met hem aan de hand is. Vreemd trouwens, vindt hij, dat er ineens zoveel misloopt met de rookwaren — nét nu we het over rookwaren hebben. Hij vraagt me of "Mijnheer De Psycholoog" misschien weet wat dat te betekenen heeft.

Ik vraag hem wat hij er zelf van denkt.

Niets speciaals. Een korte stilte. Hmhm.

Hij heeft gisteren een telefoontje gekregen van Pascale, die eerder een zelfmoordpoging ondernam. Woensdag gaat hij ze bezoeken. Hij kijkt ernaar uit, al ziet hij een relatie met Pascale echt niet zitten. Stel je voor zeg. Zij, een meter vijfentachtig op zijn minst. Hij, niet eens een meter vijfenzestig. Zij, twintiger. Hij, gevorderde vijftiger.

Na opnieuw wat stilte nog even terug naar de sterren. Het ene boek dat hij leende, behandelt het heelal in zijn geheel. Het andere gaat specifiek over het zonnestelsel. Naar verluidt heeft ons zonnestelsel negen planeten — hoe was het ook alweer, Mercurius, Venus, Aarde, Mars... hij somt ze één voor één op, maar blijft steken na de achtste. Tja, hoe heette die laatste ook alweer...

Op zijn verzoek mag ik verklappen: Pluto.

Hoe kon hij het vergeten! Want ook de hond van Mickey Mouse heet Pluto. En Mickey was 12 jaar lang zijn DJ-naam! Of in feite was het zelfs méér dan een DJ-naam. Een koosnaampje was het. Want Mickey klinkt toch lieflijker dan Michel. Hij droeg toen zelfs een Mickey Mouse polshorloge. In de vorm van een hartje. Hij is het al jaren kwijt.

Oh ja! Hij heeft gelezen dat Kierkegaard aan seksangst leed. En dat herkent hij wel. Per slot van rekening werd hem vroeger op school toch geleerd dat seks een zonde is. Al waren ook de jongeren van toen natuurlijk zeer in seks geïnteresseerd. Dus zat je in die tijd tegen je veertiende gegarandeerd met een zondarencomplex opgescheept. Je kon niet anders dan zondigen.

We moeten het gesprek helaas stopzetten. De tijd is om. Hij vraagt of "Mijnheer De Psycholoog" — met hoofdletter — het oké vindt dat "patiëntje Michel" — met kleine letter — nog wat op zijn eentje in de cafétaria blijft. Hij doet maar. We maken een nieuwe afspraak.

Noot. Materiaal uit deze reeks mag enkel worden overgenomen mits voorafgaande toestemming van de auteur.

psychologie